kunst_head_po

Leeractiviteiten

vakdidactiek – leeractiviteiten

kunst_leeractiviteiten

VAKDIDACTIEK: de route van leerdoelen, naar leerstof, naar leeractiviteiten, naar werkvormen en naar evaluatievormen.

  • LEERDOELEN: Leerdoelen in de kunst kunnen affectief, sensomotorisch, cognitief, creatief, metacognitief en sociaal zijn. Met betrekking de leerdoelen die u centraal wilt stellen, kiest u vervolgens de leerinhouden (uit het examenprogramma) die daarbij het beste aansluiten.
  • LEERINHOUDEN Als u de leerinhoud die u centraal wilt stellen hebt gekozen, in aansluiting op de door u bepaalde leerdoelen, bepaalt u vervolgens wat u elementair vindt, wat fundamenteel is in/aan deze leerinhoud. U kunt daarbij ook kernconcepten selecteren, dat zijn de grote denkbeelden die een bepaald tijdperk (of kunststroming) typeren. Of u kunt essentiële vragen bedenken, zie: deze link
  • LEERACTIVITEITEN: Uit de kunst leeractiviteiten (zie hierboven in kleur) kiest u een leeractiviteit die u centraal wilt stellen; maar mogelijk nog aanvullende leeractiviteiten (= leeractiviteiten zijn handelingen gericht op het effectief leren). Daarbij denkt u na over de relatie van de leeractiviteit met zowel het leerdoel als de leerinhoud die u gekozen hebt.
  • WERKVORMEN: Dan ontwerpt u een of meer werkvormen, waarbij u zich verplaatst in verschillende leerlingen (differentiëren): Wat vinden zij betekenisvol? Wat vinden zij moeilijk om te leren? Welke opvattingen of aannames zouden zij over deze leerstof en leeractiviteiten kunnen hebben? en u verplaatst zich in de maker van het kunstwerk: Wat heeft de kunstenaar uit willen drukken? Waar hield de kunstenaar zich mee bezig? Wat was de basis of oorsprong van de ideeën van dit kunstwerk en/of deze stroming? Wat vormde de maatschappelijke context van deze kunst? Wat zouden belangrijke vragen kunnen zijn over het onderwerp of de keuzes van de kunstenaar? (bijv. essentiële vragen). Bij het ontwerpen van werkvormen is het belangrijk om steeds te checken of deze aansluiten bij de leerdoelen, de leerinhouden en de leeractiviteiten en of de werkvormen effectief en betekenisvol zijn en of het leren voldoende verdiepend is en beklijft.
  • EVALUATIEVORMEN:  Nadat u een werkvorm heeft ontworpen, bekijkt u hoe u kunt testen of de leerlingen de kennis en vaardigheden hebben verworven die u hen wilde leren. Dat kan summatief  zijn, waarbij u test wat de leerling kent/kan via een toets of opdracht of het kan formatief zijn, waarbij u het leerproces van de leerling ondersteunt, dat kan gericht zijn op feedback, of u kunt criteria formuleren waarmee een leerling zichzelf of anderen kan beoordelen, diagnostische toetsen etc.
MENU